Reisverslag: liveaboardreis in Egypte: Brothers, Daedalus & Elphinstone

Bram verkoopt kledij voor de bouwsector en houdt in zijn vrije tijd van bellen blazen. Vaak vind je hem terug in onder water gelopen steengroeves in België, en dankzij EWDR kan hij ook eens van andere wateren genieten. In dit reisverslag neemt hij je mee naar Egypte voor een liveaboard met de iconische BDE-route: Brothers, Daedalus en Elphinstone. Een perfecte mix van haaien, rifduiken en wrakken.

Niets kan de menselijke geest en het lichaam meer in verwarring brengen dan een reis met een vliegtuig. Eerst staat hij nog, gebukt onder kou en regen, op de tarmac van Brussel om dan een vijftal uur later de Egyptische warme grond in Hurghada te omhelzen. In het westelijk halfrond loopt de winter op z’n einde. Ook aan de Rode Zee popelt de lente om zich over de onderwaterwereld te ontfermen.  

Na een korte transfer van de vlieghaven naar de haven van Hurghada bereik ik ons varend hotel. Het is al laat en alle gasten liggen reeds in hun kajuit te maffen. De kok bereidt nog snel een diner en laat me dan in het donker kennis maken met m’n kamergenoot. Wat hij mompelt in zijn halfslaap begrijpt geen steur.  

Zeven uur, opstaan. Ik besef niet dat ik de komende week nooit meer zo lang in m’n kooi zal mogen blijven liggen. Beneden gekomen in het salon maak ik kennis met het bonte duikgezelschap. 19 passagiers, drie Britten, vier Fransen, twee Tsjechen, twee Argentijnen, drie Spanjaarden, twee Duitsers, één Oostenrijker, één Nederlander en één Belg. Het lijkt het begin van een goedgevulde klucht. Iedereen wisselt wat woorden uit, Engels als lingua franca. Dan is het de beurt aan de crew en duikleiding om zich voor te stellen. Hoewel we aan de vooravond van het hoogseizoen staan, zijn er nog wat lege kajuiten. De crew is voltallig en even groot in aantal als de gasten. We voelen ons ware farao’s. 

Een uitgebreide briefing laat ons kennis maken met het programma van de week. Hierin speelt de bel aan boord een cruciale rol. Luidt de bel? Tijd voor actie! Je haar bepaalt wat je moet doen. Is je haar droog? Tijd om te duiken. Is het nat? Tijd om te eten. Simpel als dat. De komende week zal iedere dag op hetzelfde ritme dansen. 6 a.m. opstaan, een half uur later briefing, vervolgens duiken en dan eten. Dit ritueel doen we driemaal per dag. Als vrome monniken die de metten, lauden en vespers bidden, is duiken onze religie. 

Wanneer de briefing erop zit, is het tijd om de haven te verlaten. Op de kade wuiven we als echte ontdekkingsreizigers nog enkele onbekenden na. Het ruime sop is onze bestemming. Na een tweetal uren varen gooien de matrozen voor het eerst het anker uit. De eerste duik dient zich aan. Checkdive. Iedereen die alleen reist, wordt een buddy toegewezen. Er wordt wat geëxperimenteerd met lood. Hier en daar gaat er een gewichtje terug aan boord, of komt er eentje de ander kant op. De eerste kennismaking met de Rode Zee is gematigd. Onze duikplaats is nog steeds dicht bij de kust. We aanschouwen een bontgekleurde koraaltuin en een zee van vissen, maar ons verlanglijstje voor deze week is kinderlijk lang. Een tweede duik wat zuidelijker doet onze honger stillen. De aperitief zit erop. Morgen komt het voorgerecht. 

Brothers Reef: Big Brother & Little Brother

’s Nachts knalt onze boot verder richting evenaar. De machines zoemen ons in slaap. Als een grote wieg schommelen we op de golven. Zachtjes worden we door geklop op onze deur gewekt. Ik schuif het gordijntje van voor onze patrijspoort weg en zie niks dan zee. Eenmaal aangekomen op het dek verschijnen twee rotsachtige eilanden. De Brothers Islands. Een wereldvermaarde duiklocatie. Dit wordt onze speelplaats voor vandaag. Er is in de buurt, met uitzondering van één andere liveaboard, boven water geen levende ziel te bespeuren. Ook de vuurtoren op het grootste eiland is verlaten. Onder water daarentegen gonst het van de bedrijvigheid. De eerste twee duiken doen we op Big Brother, de derde van de dag gaat door bij zijn kleinere broer, Little Brother. Het andere schip doet dit juist omgekeerd. Dankzij deze stoelendans is het onderwaterparadijs uitzonderlijk voor ons gereserveerd. Tijdens onze drie duiken wordt duidelijk waarom deze zee de Rode genoemd wordt. Koraal in alle kleuren van de regenboog doen onze ontspanner veruit uit onze mond vallen. We ontmoeten vuurvisjes, glasbaarzen en talloze murenen. Als kers op de taart komt bij onze derde duik een voshaai ons begroeten. Brothers bevestigt zijn faam op alle vlakken. 

Na een heerlijk diner wordt het anker terug gelicht. De buik van de boot begint opnieuw te brommen en koers wordt gezet richting Daedalus. Op het dek wordt nog even nagekaart over de mooie dag. Op de zoute zee smaakt het Egyptische bier zoet. Zij die hun zeemansbenen nog moesten vinden, zijn hierin uiteindelijk allemaal in geslaagd. Onder een heldere sterrenhemel valt een zwoele nacht.  

Daedalus Reef

Daedalus Reef is zo mogelijk nog overweldigender dan Brothers. Hier is zelfs geen eiland te bespeuren. Het rif komt net niet tot aan het wateroppervlak. Zonder de bemande vuurtoren loopt hier menig boot op de klippen. Wat in het verleden vaak gebeurd is. Op dit rif zullen we twee dagen genieten van alle flora en fauna. De eerste dag bewonderen we gigantische napoleonvissen, scholen barracuda en tonijn. Ook heel wat hard en zacht koraal met snappers, glasmondvissen en karpers. Dat de poserende clownvisjes hun territorium beschermen leer ik bij. De beloofde haaien laten echter op zich wachten. Op het eind van de dag kunnen we een bezoekje brengen aan de vuurtoren. Een fijn intermezzo na drie dagen geen voet aan wal te hebben gezet. Als de avond valt, verschijnen er aan onze boot dreigende schaduwen in het water. De haaien die we tijdens de dag niet zagen, geven toch geen verstek. In echt Jaws stijl snijden ze met hun vin het water in twee. Dat we hier morgen opnieuw mogen duiken, vervult m’n hart met angst en vreugde tegelijk.  

Dag twee op Daedalus, duikdag vier, brengt opnieuw vertier. Iedereen heeft het beeld van de haaien nog op z’n netvlies gebrand. Er is een gezonde portie stress aan boord. De buddychecks worden grondig uitgevoerd. Kranen open? Check! Computer op het juiste mengsel? Check! Bij de eerste duik, het krieken van de dag, is het ogenblikkelijk prijs. Het duikplan om langs het rif te duiken wordt volledig overboord gegooid. Onder onze boot houdt immers het syndicaat van zijdehaaien hun algemene vergadering. Ieder van onze vier duikgroepen gaat op een meter of 20 in het blauw hangen om zich te vergapen aan deze magnifieke zeedieren. De zijdehaaien zijn tussen de 1.5m en 2 meter lang en boezemen heel wat ontzag in. Ook tijdens duik twee en drie zijn ze van de partij. Met onze diep geroerde ziel nemen we afscheid van dit prachtige rif en al haar bewoners. 

Elphinstone Reef

De nachttrein dendert door. Het zand uit onze ogen wrijvend ontwaken we met opnieuw een prachtig rif aan bakboordzijde. Welcome to Elphinstone! Dat we al aan duikdag vijf aanbeland zijn, bannen we uit onze gedachten. Hier geen vuurtoren of ander referentiepunt. Nooit kan een landrot bevroeden welk onderwaterpaleis de natuur hier bouwt. Al onze duiken worden tot nu toe uitgevoerd met Nitrox. Geen overbodige luxe voor zo’n intensieve duikreis. Maar omdat het kriebelt om toch wat dieper het zand tussen onze tenen te voelen, doen we vandaag onze eerste duik met lucht. Geen dieptebeperking tot 33 meter voor deze duik. Wel drukt onze duikgids ons op het hart dat de dichtste caisson zich op een dagreis varen van ons bevindt. Als onze computer 45 meter aantikt, besluiten we dat dit diep genoeg is. Onze NDL daalt razendsnel. De norm is om deze tijdens de duikreis niet onder 5 te laten dalen. Als ongehoorzame schoolkinderen laten we ons toch verleiden tot een kleine decoduik. Er is eigenlijk absoluut geen nood om deze diepte te halen. Het onderwaterleven is op zijn mooist in de eerste tien meter. Op het rif vinden we gigantische gorgonen, vuurvisjes en andere kleurrijke rifvissen. Wie we tijdens onze duikreis nog niet hebben ontmoet, is de zeeschildpad. Hier zien we tot ons groot jolijt een handvol. De trage dieren achtervolgen tegen de stroom in is onbegonnen werk. Sierlijk lijken ze met ons te spotten. We voelen ons de haas in de fabel. Verder leer ik van mijn Britse duikbuddy’s dat ‘Jack Crevalle’ geen Britse rockster is, maar een grote geelbaars die in grote scholen nabij de riffen zwemt.  

Wrakduik: de Salem Express

De voorlaatste duikdag breek aan. Een wrakduik staat op het menu. Voor zij die nog zin hebben in een kaasbordje kan de dag afgesloten worden met een nachtduik. Onze duik op de gezonken ferry, Salem Express, is er een met gemengde gevoelens. Het schip ligt op een dertigtal meter en is zeer ruim om in te duiken. Toch voelt het onrespectvol het wrak te betreden. In 1991 zonk de ferry met meer dan duizend passagiers aan boord. Slechts 180 personen overleefden de ramp. Met een ferme deuk in ons geweten verlaten we de site. De nachtduik is kort en ondiep. Enkele murenen laten zich in volle glorie bewonderen. Spaanse dansers geven de duik een gouden randje. 

Op de laatste duikdag worden nog twee riffen dicht bij de kust aangedaan. Omdat we morgen onze vlucht moeten halen, wordt er na de middag niet meer gedoken. De twee laatste duiken zijn dan ook een voetnoot bij al het moois dat we al te zien kregen. De duikstekken van vandaag zijn bereikbaar voor dagtrips vanuit de haven en dit verhaalt zich dan ook in een geloei van motorboten. De rust van de open zee bevindt zich aan de horizon.   

Het laatste avondmaal aan boord is er opnieuw een om duimen en vingers bij af te likken. Naast een volledig kalkoen zijn er verse vis, verse groeten, rijst, aardappelen en tenslotte taart en fruit. Een feestje op de boot, een korte nacht en een vlucht naar Brussel zetten een gelukzalig punt op het einde van ons logboekje.  

Ook deze reis maken?